In Box 3 vallen onder andere:

  • bankrekeningen
  • aandelen, obligaties, beleggingen
  • vorderingen, schulden
  • onroerend goed (bijvoorbeeld tweede huis)
  • kapitaalverzekeringen
  • lijfrenteverzekeringen, die niet voldoen aan de lijfrentevormen voor premieaftrek in Box 1
  • saldolijfrenteverzekeringen (bestaand op 31 december 2000) waarvan bij de aangifte inkomstenbelasting 2001 eenmalig in Box 1 is afgerekend over het rentebestanddeel

Voor de belastingheffing is uw gemiddelde vermogen in een kalenderjaar van belang. Dit is het gemiddelde van de waarde van uw bezittingen minus de waarde van uw schulden per 1 januari en per 1 december van een jaar. Dit bedrag kunt u nog verminderen met vrijstellingen, zoals:

  • de basisvrijstelling (heffingvrij vermogen) van € 20.661 per belastingplichtige of € 41.332 voor gehuwden of geregistreerde partners;
  • een kindertoeslag op de basisvrijstelling van € 2.762 per minderjarig kind;
  • een vrijstelling voor overlijdensrisicoverzekeringen van € 6.703 ;
  • een vrijstelling voor het saldo op geblokkeerde spaarloonrekeningen van maximaal € 17.025 per belastingplichtige;
  • een vrijstelling voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen, die voldoen aan bepaalde voorwaarden, van maximaal € 123.428 per belastingplichtige of een ‘dubbele’ waardevrijstelling van maximaal € 246.856 in huwelijks- of samenlevingssituaties.

Het voordeel uit sparen en beleggen wordt (fictief) gesteld op 4%. Voor de belastingheffing in Box 3 geldt een vast tarief van 30%. De jaarlijkse belasting over uw vermogen in Box 3 bedraagt dus 1,2%

Bezittingen en schulden die niet in box 3 vallen: 

Sommige bezittingen tellen niet mee in box 3. De belangrijkste zijn:

  • de eigen woning (die valt in box 1) en de eventuele kapitaalverzekering die hieraan gekoppeld is;
  • roerende zaken die u of uw huisgenoten gebruiken, zoals huisraad, auto en caravan;
  • voorwerpen van kunst en wetenschap die u niet als belegging aanhoudt;
  • lijfrenteverzekeringen waarvan de premies aftrekbaar zijn in box 1;
  • maatschappelijke beleggingen tot een maximum van € 55.145. Het gaat hierbij om beleggingen in erkende groenfondsen en sociaal-ethische beleggingen;
  • beleggingen in durfkapitaal tot een maximum van € 55.145. Het gaat hierbij om culturele beleggingen, participaties in Agaathfondsen en Agaathleningen;
  • kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten voor 15 september 1999 tot een waarde van € 123.428;
  • spaarloonregelingen of premiespaarregelingen tot een bedrag van € 17.025.

Let op!

Als u vermogen ter beschikking heeft gesteld aan een familielid, uw echtgenoot, uw partner of aan een rechtspersoon waarin uzelf, uw echtgenoot, uw partner of een familielid een aanmerkelijk belang heeft, dan kan het zijn dat de inkomsten die u daarmee geniet, belast zijn in box 1. Dit ter beschikking gestelde vermogen wordt dan niet meegeteld bij het vermogen in box 3.

Bepaalde schulden zijn niet aftrekbaar van het vermogen in box 3. De belangrijkste zijn:

  • hypotheekschuld voor de eigen woning (de rente is aftrekbaar in box 1);
  • belastingschulden.

Schulden komen pas in mindering op de rendementsgrondslag voorzover zij een bedrag van € 2.900 te boven gaan. Dit bedrag geldt per persoon. Als een van de partners het vermogen overdraagt aan de ander, geldt het dubbele bedrag.